(Eerste versie) Eredivisie trainerskerkhof: feit of fabel?

Eerste versie, geschreven op 3 december 2020

Is de Eredivisie een trainerskerkhof? Al na acht speelronden nam de competitie afscheid van twee trainers. Het bestuur van zowel ADO Den Haag als Fortuna Sittard zag de situatie begin november somber in en zodoende werden respectievelijk Aleksandar Rankovic en Kevin Hofland de laan uitgestuurd. Past het label trainerskerkhof op de Eredivisie of houden we ons vergeleken met andere Europese competities rustig als het gaat om het ontslaan van trainers?

Vanaf het seizoen 2010/2011 tot en met het lopende seizoen zijn in de Eredivisie 37 trainers uit hun functie ontheven. Dit blijkt uit een onderzoek waarbij van de top 10 Europese competities is gekeken naar het aantal ontslagen trainers gedurende de afgelopen tien seizoenen. Nederland noteert in dit onderzoek het laagste aantal ontslagen.

Mario Captein, voorzitter van Coaches Betaald Voetbal (CBV), kan wel een verklaring bedenken voor dit lage aantal. “Ik denk dat in het buitenland sneller naar ontslag gegrepen wordt naar aanleiding van de resultaten. Trainers krijgen bij een club in Nederland langer de tijd om iets op te bouwen. Dat heeft er ook mee te maken dat buitenlandse clubs vaker in handen zijn van externe financiers die de club runnen als een bedrijf.” Daardoor dreigt er verlies te worden gedraaid als de resultaten tegenvallen. Hierdoor voeren deze financiers, die doorgaan ook intrede doen in het bestuur, de druk op de trainers op.

In Nederland gaat simpelweg minder geld om dan in andere Europese competities. Dat kan volgens Captein leiden tot een fijnere werkomgeving voor de trainer. Zo stelt hij voor een competitie waarin juist veel geld omgaat het volgende: “Hoe meer geld erin omgaat, hoe emotioneler en meer betrokken bestuursleden zijn en hoe sneller wellicht een ontslag valt.”

Waarom worden in andere Europese landen veel meer trainers ontslagen? Daarvoor zijn verschillende redenen te bedenken. Zoals Captein al aangaf, zijn geld en de structuur van de clubs de voornaamste.

Geldschieters
Neem bijvoorbeeld de Serie A, het hoogste niveau van Italië. Zij spannen in het onderzoek de kroon met 156 ontslagen trainers. Het verschil met Nederland zit in de structuur van de clubs. De voorzitter is daar vaak eigenaar en heeft veel geld in de club gestoken. Wanneer hij ziet dat het de verkeerde kant in dreigt te gaan, moet hij een keuze maken: gaan we door met de huidige trainer waarbij de kans op degradatie en dus financieel verlies groot is, of gaan we een andere koers varen met de hoop dat het nog goedgemaakt kan worden? Dit bevestigt Jurrian van Wessem, die als correspondent in Italië het Italiaanse voetbal al decennialang volgt. “Het heeft met de emotie van de voorzitter te maken. Hij ziet een bedrijfsrisico en weet dat het fout gaat wanneer hij niet ingrijpt. Als je daarvan overtuigd bent, kan je maar beter snel een nieuwe trainer aanstellen.”

Deze structuur verklaart ook meteen het hoge aantal ontslagen bij onze Zuiderburen. Acht van de zestien clubs uit de Eerste Klasse A, het hoogste niveau van België, zijn (deels) in handen van buitenlandse financiers, zoals bijvoorbeeld Cercle Brugge. Die club is sinds 2017 onderdeel van AS Monaco, dat weer handen is van een Russische eigenaar. De Bruggenaren spelen sinds enkele seizoenen weer op het hoogste niveau, maar draaien voornamelijk onderin mee. Op het moment dat de Russische eigenaren hun club slechte resultaten zien halen, grijpen ze in. Daarom heeft Cercle sinds de promotie in 2018 al vier trainers versleten, waarvan twee ook daadwerkelijk hun ontslag kregen.

Ook bijvoorbeeld AA Gent, een subtopper in het Belgische voetbal, zette negen trainers op de keien in de gemeten periode. “De grilligheid van het Gentse bestuur speelt daarin een grote rol”, legt Michael van Vaerenbergh, journalist van Sporza, uit. “Michel Louwagie en voorzitter Ivan de Witte zijn niet de gemakkelijkste om mee samen te werken.” Net als bij de vele Italiaanse clubs en bij het eerder genoemde Cercle Brugge, heeft AA Gent een voorzitter die de club een financiële impuls heeft gegeven.

De Gentse club baarde dit seizoen opzien door na vijf speelrondes al twee trainers weg te sturen. “Jess Thorup werd na twee speeldagen ontslagen, maar dat was niet per se door de 0 op 6, maar door de lichte onvrede die over zijn functioneren bestond bij het bestuurlijke duo van AA Gent. Louwagie en De Witte zijn koppig en hadden de indruk dat Thorup iets te los omsprong met zijn spelers. Ze grepen in en kozen voor de Roemeense generaal met ouderwetse ideeën Laszlo Bölöni. Een mismatch van jewelste. Na 25 dagen werd hij alweer bedankt voor zijn bewezen diensten.”

Torenhoge ambities
Bij de formatie uit Gent heeft niet alleen het bestuurlijke duo en het geld invloed op het grote trainersverloop. Indirect heeft het kampioenschap van 2015 hier namelijk ook impact op gehad. In 2013 bracht Ivan de Witte een financiële impuls naar Gent. Van een noodlijdende club werd een topclub gemaakt door onder meer de infrastructuur te verbeteren. “Daarmee groeiden ook de ambities, met zelfs de landstitel vijf jaar geleden als uitschieter. Sindsdien heeft Gent moeite om de tweede titel te winnen. De fans en het Gentse bestuur zijn té snel té verwend geweest.” Doordat de ambities zo snel werden bereikt, werden de verwachtingen opgeschroefd maar werd het tevens moeilijker om steeds aan de verwachtingen te voldoen.

En daarmee is de volgende reden van het hoge aantal ontslagen in de Europese competities gevonden: te hoge ambities. Vooral in Italië is deze verklaring te vinden. “Er zijn in Italië negen clubs die spelen voor de bovenste zes plekken”, verklaart Van Wessem hierover. De clubs die niet bij die bovenste zes komen, hebben uiteindelijk niet voldaan aan de verwachtingen van het bestuur, met vaak het ontslag van de trainer tot gevolg.

Momenteel staat het attractief voetballende Sassuolo op de derde plaats in de Serie A, maar zij behoren niet tot de subtop van Italië en hebben realistisch gezien niet de doelstelling om bovenin mee te draaien. “Normaliter houden zij dat niet vol. Maar mocht Sassuolo het wel volhouden, is er weer een club meer die onder hun doelstelling presteert.” Daaruit zal hoogstwaarschijnlijk bij het team dat door Sassuolo buiten de top zes-boot valt, de trainer op straat worden gezet.

Competitieformat
In het onderzoek is naast het aantal ontslagen ook gekeken naar de snelheid van het ontslaan. Binnen hoeveel dagen na de start van de competitie werden de trainers ontslagen? Ook hierin scoort België zeer opvallend, want daar werden de meeste trainers binnen honderd dagen na de start van de competitiestart op straat gezet. Ook daarvoor is een reden te vinden die het verschil tussen Nederland en in dit geval België verklaart: het competitieformat van de Eerste Klasse A.

Nadat alle clubs elkaar twee keer hebben getroffen, wordt er namelijk in verschillende play-offcompetities gestreden om de uiteindelijke prijzen. Sinds dit seizoen gaan de bovenste vier clubs naar play-off 1, waarin ze strijden om de landstitel. Zo kan je dus op de vierde plaats van de reguliere competitie eindigen, maar alsnog de landstitel pakken, iets wat in de Eredivisie niet mogelijk is. Dit zorgt voor een andere strategie als het gaat om het ontslaan van trainers, erkent Van Vaerenbergh. “Als je een slechte start kent, kun je dat met een andere coach die wel de juiste resultaten haalt nog rechtzetten om play-off 1 te bereiken. Dus een foute inschatting of een relatie die tussen coach en kleedkamer aan het einde van zijn latijn is, maak je liever zo vroeg mogelijk in het seizoen mee. Dit noopt bestuurders aan om sneller tot drastische beslissingen over te gaan.” Hierdoor worden trainers dus sneller in het seizoen ontslagen om, hopelijk, met een nieuwe impuls alsnog de aansluiting met de bovenste vier te behouden.

De Nederlandse Eredivisie is dus een competitie waarin weinig ontslagen vallen, zeker in vergelijking met andere Europese competities. Dit is voornamelijk te danken aan de structuur van de clubs in combinatie met de financiële belangen van de bestuursleden. In landen waar voorzitters veel financiële inbreng hebben, liggen de ontslagcijfers vaak hoger. Italië en België zijn hier goede voorbeelden van. Hopelijk kan John van den Brom bij Racing Genk het slechte trainersimago van de Belgische competitie opschonen.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *