Het Surinaamse sportpaspoort kent ook verliezers

Eindelijk kan Suriname, als laatste land ter wereld, beroep doen op de diaspora bij het selecteren van het nationaal voetbalelftal. Met een zogenaamd ‘sportpaspoort’ kunnen Nederlandse spelers met Surinaamse roots eindelijk uitkomen voor Surinaamse elftal, zonder dat ze hun Nederlandse paspoort hoeven inleveren. Toch is dit ‘sportpaspoort’ niet voor iedereen positief nieuws.

Voorheen was het zo dat Nederlanders met Surinaamse wortels wel voor Suriname uit konden komen, maar dan moesten ze hun Nederlandse paspoort inleveren. Een brug te ver voor velen die hiervoor in aanmerking kwamen.

Nigel Hasselbaink, oud-speler van onder andere Excelsior en Go Ahead Eagles, tegenwoordig spelend in Israël bij Hapoel Beer Sheva, was de eerste ‘Nederlander’ die gebruikt maakte van het ‘sportpaspoort’. En met succes, want mede door zijn doelpunt won Suriname van Nicaragua en plaatste het zich voor de Gold Cup, het grootste landentoernooi van Noord- en Midden-Amerika. Waarom kon Hasselbaink nu ineens wel voor Suriname uitkomen?

De regering heeft, als laatste land ter wereld, een ‘sportpaspoort’ ingevoerd. Hierdoor verliezen Surinaamse Nederlanders niet hun Nederlandse nationaliteit als ze voor het Surinaamse elftal uitkomen. Het is te vergelijken met een zakenpaspoort. Voor hun werk – het uitkomen voor het Surinaamse elftal – ontvangen ze een tweede paspoort, waardoor ze hun Nederlandse paspoort kunnen behouden. Ideaal voor spelers als Ryan Donk, Diego Biseswar en Kelvin Leerdam. Deze spelers komen tekort voor het Nederlands Elftal maar zouden een kwaliteitsimpuls zijn voor Suriname.

Toen ik dit las moest ik meteen denken aan het verhaal van Jérémy Morel. De Franse verdediger speelt al jarenlang in de Ligue 1, het hoogste niveau van Frankrijk, voor onder andere Olympique Marseille en Olympique Lyon. Door een sterke Franse lichting is de inmiddels 35-jarige Morel nooit in aanmerking gekomen voor het Franse voetbalelftal. Maar toen Madagaskar zich afgelopen zomer voor het eerst in haar bestaan kwalificeerde voor de Afrika Cup, kwam Morel erachter dat zijn vader in Madagaskar werd geboren en hij dus voor de Malagassiërs uit mocht komen.

Leuk voor Morel, zal je denken, maar waarom is dit te vergelijken met de Surinamers? Het gevolg van de keuze van Morel was, dat een speler die de gehele kwalificatie van Madagaskar erbij was, nu thuis moest blijven. Dit omdat Jérémy Morel zijn plek, zonder enige inbreng te hebben in de kwalificatie, overnam.

Zo’n zelfde scenario dreigt zich nu voor te doen bij Suriname. ‘Europese’ profs met een Surinaamse achtergrond maken gebruik van het vernieuwde paspoort en claimen, zonder enige inbreng bij de Gold Cup-kwalificatie voor Suriname, hun plek in de selectie. De hardwerkende Surinaamse profs die alles hebben gegeven om op de Gold Cup te geraken, worden nu thuisgelaten of uit de basis gehaald omdat enkele ‘successporters’ van het kaliber Morel hun plek innemen.

Suriname wil een nieuwe koers inslaan met dit vernieuwde ‘sportpaspoort’, waarin ze zich hopelijk in de toekomst kunnen gaan kwalificeren voor het WK. Een prachtige stap als je het mij vraagt, maar hopelijk vergeten ze de hardwerkende spelers die de eerste stap hebben gezet door middel van de kwalificatie voor de Gold Cup niet in dat proces.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *